
Tuesday, February 14, 2012
Saturday, September 4, 2010
Sunday, March 28, 2010
Varkenshaasje Blackwell (Terry, Inge & Herman)
Er was eens een varken, genaamd Blacky, en een haas die luisterde naar de naam Welly. Op een goede dag kwam er een medische wetenschapper die de twee genetisch deed samensmelten, en zie: onze held Blackwell de ¶ varkenshaas was geboren. Nare bijkomstigheid was echter dat hij in het proces radioactief was geworden. Dat had tot gevolg dat hij ten tijde van stress begon op te lichten, en in geval van schaamte opzwol tot 5 keer zijn eigen omvang. Varkenshaasje Blackwell had één grote passie: skiën. Zodra hij kon nam hij de trein naar Tirol, bond z’n ski’s onder en begon een spectaculaire afdaling. Steevast waren omstanders onder de indruk van z’n buitengewone prestaties, wat varkenshaasje Blackwell aanmoedigde tot nóg buitensporiger gedrag. En uiteraard kwam hoogmoed weer ¶ eens voor de val: varkenshaasje Blackwell nam op een kwade dag een extreem steile helling, aangemoedigd door applaus vanaf de piste, en deed voor het dramatisch effect zijn ogen dicht, al balancerend op één ski. Maar oeps! Een plotse wind stak op en blies hem de hoogte in, hoger en hoger, totdat hij een stipje werd. Het applaus verstomde, de mensen hun monden vielen open van verwondering: zo’n spektakel hadden ze niet eerder gezien. Varkenshaasje Blackwell was een magiër. Maar toen viel er een ski-lat op het hoofd van één van ¶ de toeschouwers, en was het gedaan met de aandacht voor varkenshaasje Blackwell, die al de dampkring naderde. Zodoende misten zij hoe onze beste varkenshaas de dampkring binnenvloog en als een fakkeltje begon te branden ¶ door de wrijving. Geroosterde varkenshaas, jawel. Zwartgeblakerd en verkoold. De geest van varkenshaasje Blackwell bleef echter rondwaren rondom deze barbecue, en was met volle maan zichtbaar als een lichtgroene mist, die sommigen herkenden als moeilijk leesbaar orakel. ¶ Het trok vage spirituele types aan die de ronddolende varkenshaas opzadelden met hun existentiële vragen, zoals ‘Waar had ik mijn sleutels ook alweer neergelegd?’ etc. Varkenshaasje Blackwell had zo gauw geen antwoorden op deze vragen en doolde nog dagen maanden jaren in gedachten rond.
Sita 2000 ((Terry, Marc, Inge & Herman)
Inderdaad. Middelgrote bewegingen die complex gecoördineerd zijn, hebben de meeste aantrekkingskracht. Vaak zijn deze bewegingen a-symmetrisch, tegengestelde bewegingen van hoofd en benen. John Travolta, in zijn Saturdaynight Fever tijd, belichaamde deze dansstijl als de beste, benen gekruist en ¶ armen wijd of andersom, en zo het hoekje om, de dansvloer af. De dansvloer was erg klein, en er werd doorgaans weinig gebruik van gemaakt. De meeste beweging kwam van de discobal, die gekleurde lichtpuntjes op de vloer en de wanden liet dansen. ¶ Verder was er weinig dynamiek in de Sita te ontdekken. De spiegelwand bleef de traag dansende treuzelaars, die maar niet wilden onderkennen dat de nacht zijn mooiste kanten al had getoond, mistig reflecteren, en tussen de nummers door waren de vogels buiten al te ¶ horen. Een verstokte alcoholist mompelde wat tegen een bierviltje terwijl hij opstond maar achter z’n barkruk bleef haken, en viel om. Hij landde op de grond tussen de glasscherven, bleef liggen, een tand door de lip, maar niemand reageerde, lustig danste men verder. Langzaam raakte hij bedolven onder de glazen, bierviltjes, sigarettenpeuken, pindadoppen, verloren handschoenen, weggeworpen papieren zakdoekjes, uitgespuugde ¶ kauwgommetjes en noem maar op. Zodoende werd hij de volgende dag met alle troep naar buiten geveegd, de goot in. Alleen door in dialoog te blijven met zijn omgeving was hij in staat zijn geestelijke gezondheid te behouden. Hij rook dan wel weer naar pis, maar zijn mede-goot ¶ -bewoners hadden niets dan respect. Tót de dag dat hij zijn boon tevoorschijn haalde. Dat was nogal een anti-climax. Absoluut niet het begin van een in alle hevigheid bloeiende volkstuin. Een levenloze boon, die na drie jaar water opgieten nog altijd bewegingloos ¶ onder de aarde lag. En de bewoners maar wachten op een maaltijd... Die maaltijd kwam er pas na een dag of tien, toen het merendeel der bewoners al lang de geest had gegeven, en het tiental overlevenden, dat inmiddels meer naar water snakte dan naar eten, al begonnen was elkaar aan te vreten. Het was een bloederige scène, maar het leverde mooie plaatjes op voor het archief.
LvT (Terry, Marc, Inge & Herman)
De Deense regisseur –wiens naam ik hier liever niet noem- liep langs de Amsterdamse grachten. Hij was in zijn eigen grauwe, maatschappijkritische en sarcastische gedachten verzonken; het gebrek aan moraal van de hedendaagse ¶
mens overpeinzend. Als gevolg hiervan was hij niet al te opmerkzaam richting zijn directe omgeving en zag zodoende over het hoofd dat vijf grachtenpanden verderop een piano naar binnen werd getakeld. Ook toen deze met veel kabaal neerstortte op een auto die daar net geparkeerd stond bleef hij verder de plastic kubus op de tafel voor hem bestuderen, staarde er ruim 47 minuten naar, pakte hem op, liet hem rondtollen op tafel, drukte ¶ de kubus tegen zijn linker oor, blies erop en ja hoor, hij kreeg contact met een andere dimensie, de zesde of de achtste, of wellicht de twaalfde... Al zijn zintuigen waren nu volledig geopend en een onnoembare ervaring wierp alle zekerheden waarop hij zijn bestaan tot dan toe had gegrondvest omver. Hij was niet meer wie hij ¶ was geweest. Een belangrijke taak was voor hem weggelegd. De taak om oude mensen, die het zelf niet meer konden, te helpen naar het toilet of onder de douche te gaan. Dat kon heel intiem worden, maar dat deerde niet: dít was maatschappelijk relevant werk, en dat gaf hem een enorm gevoel van eigenwaarde. Ondertussen waren andere mensen met weer heel andere dingen bezig: portrettekenen, afwassen, boodschappen doen of houthakken. ‘Wat is jouw passie eigenlijk?’ vroeg Victoria de Vrome aan haar ¶ trouwe drievoeter. Het beest gromde wat en liet een lange donkere scheet. Victoria gaapte en nam nog een petit-four van de schaal op het Louis XV-bijzet-tafeltje naast haar chaise longue. Helaas glipte het uit haar kleine worstevingertjes op de ton-sur-ton bekleding met mille-fleurs patroon. ¶ ‘Tyfus!’ krijste Victoria, ‘Zo kan ik dat petit-fourtje nooit terugvinden!’ Maar alle voorwerpen rondom haar waren inflatable geworden. Ze kwam compleet vast te zitten tussen het groene stoeltje en het bijzet-tafeltje. Ook de schemerlamp ¶ was ondertussen al flink in volume toegenomen, en drukte op haar nieuwe kapsel. En op haar gemoed. Ze compenseerde het gevoel van onbehagen met een ballonnetje lachgas. Ha ha ha.
Friday, February 12, 2010
Fashionspies (Inge & John)
Jacinta, Norbert and Carmine took their responsabilities and gave the best of themselves. Jacinta designed some strange silhouets for women in winter 2015, Norbert designed a chewinggum that changed colour when blowing bubbles with it, while Carmine designed some visuals to project ¶ on these chewinggum-bubbles.
All that would be combined in one show. The three designers were secretly all operatives for DEMON, the Demagogic Epiphenomenon of the Materialist Ontological Network, a secret society dedicated to the ¶ institution of total control of the worlds population by means of mind-altering chemicals in the fabrics of fashionable clothes. ‘There’s definitely something weird going on’, the people said. But they didn’t link the fashion industry with the large amount of deaths that was there since a year. Instead they bought ever more fashionable clothes, ¶ but if you would ask them the shortest way to the station, they would not be able to give a correct answer to your question. This was because, despite their appearance of being ordinary locals, they were in fact laser guided androids programmed only to have knowledge ¶ of several reasons of prevailing catwalk trends and certain designer drugs popular at fashion industry parties. An extra-terrestian, who accidently landed on earth, went to one of those parties, but nobody noticed him –of course- they just thought ¶ he was the art-director of XMMS, giving a fashion statement. His thigh-high green vinyl boots were generally agreed to be the strongest indicator of trends in 2011, especially since, by then, he would be the undisputed overlord of all humanity, and would be imposing his outlandish style with a strictness that crooked no resistance.
Roger and Isabella (Inge & John)
The ideas both families had about mariage were not quite the same. Rogers’ family was rather progressive, while Isabella’s parents were more conservative people. One thing though was ¶ certain; Isabella’s dress had to be white. ‘I’m a virgin and I’m proud of it’ she said to Roger. ‘I don’t give a shit about that’, said Roger. His mind really was on other things, it was quite true. That morning he had met a talking pig in the garden and it had prophecised to him that within the year he would be making an important discovery in the field of artificial intelligence. He didn’t believe it –he was a ¶ dentist by profession- but wondered how the pig could have known so much about his favorite foods and taste in music. ‘Some kind of trick’, he thought. A mirage, a fata morgana. But a good one though. ‘I like punk-rock too..’ he said, ‘I have a quite eclectic taste, I like any genre. As well as I like all my patients. They are my friends. ¶ You are my friend. I’m a good friend of myself.’ said the dentist to the pig. The pig replied that he was a friend to all those who were friends of the cause of peace and harmony among the peoples and animals of the world, especially the higher animals such as the swine. He was ¶ a very self-satisfied, even narcissistic pig and having uttered these words, produced a mirror with which to look at himself. ‘I love you!’ said the pig to his reflection. ‘I love you too’ answered the reflection. The pig smiled. The reflection smiled back at him. ‘We’re a good couple’, he said. ‘We definitely are’, said the reflection and disappeared.
January Already (Inge & John)
Did any of his competitors in nearby areas need eliminating, or should he try to involve them in some kind of cartel? As ¶ always the life of a drug dealer was filled with bewildering decisions, and Alfredo (or Mr. Adonis as he liked to be called) was no exception. There was no doubt; his companion had to be killed. ‘You know too much’, Alfredo said before firing the gun, in an attempt to make his companion sort of comprehensive for the fact that he had to die. ‘You don’t..’ But before he could finish his sentence Alfredo ¶ had shot him. ‘It was also for your own good really’, mumbled Alfredo and put his gun back in his pocket. It was still warm from being fired and the heat from it felt obscene in a way he could not quite explain against his thigh. Without thinking about why, he felt a sudden impulse to call his mother, and acted on it, taking out his phone and dialing the number from memory. But ¶ having made the call, he heard on the other end, only an unearthly electronic duotone wailing, like the sound of a siren slowed down by half. The line was dead. His mothers line. Why?
Alfredo got nervous, then angry, then rational. He called a taxi and went to his parential house, or his mothers’ house rather, since his father had long died. His father, such a good man, so wise, such dignity... even when confronted with the enemy, even when he had to shot them because they knew too much, he never ever lost his politeness. ¶ Speaking about him with the taxidriver made Alfredo highly sentimental. He thought of the many happy scenes of his boyhood, now bathed in a honeyed glow of nostalgic warmth. This made him think of the feeling his heroin addicted clients described getting from their drug of choice. ‘Of course’, he thought ‘they didn’t, mostly, have the kind of secure and loving upbringing that I did. But if, in a small way, I’m able to give them some of the same feeling, then I will ¶ have made a difference I can feel good about.’ And he smiled to himself, imagining the love and gratitude of a thousand mouldering junkies. ‘I am a good person,’ he said ‘I do good to the world. My existence makes a difference. I’m an angel, dark, like Lucifer, but nevertheless an angel. Maybe even an undiscovered planet.’ Tonight Alfredo’ll find himself in conjugation with Venus and Jupiter.
One More Story (Inge & John)
‘That’s not at all important.’ ‘You are patronising me too much’, said Anne to her father, ‘I can not devellop a true autonomy that way daddy.’ With some difficulty she extricated herself from the suffocating hugh he was giving her and went to the window where a strange light was now visible. She thought it ¶ might be the ghost of her great-grandfather, a famous homosexual who had been rumoured to have been born on the moon. ‘Get out of the house of your father’, he repeatedly said. And finaly she did. She left her fathers’ house at the age of 13 to study art-history in Helsinki. Of course ¶ she was the youngest of all students, but she managed to pass all het exams and even got a distinction on het macro-economic theory paper. Having achieved this, she spent the following week getting extremely ¶ drunk and was lucky not to die of alcohol poisoning, only avoiding this fate thanks to a regime of vitamin pills her mother had started her on when she was six. But did she learn from that experience?
No. Of course not. She visited party after party and drunk all the booze she got offered.
Tuesday, September 8, 2009
Harry & Otje... encore (Inge & Herman)
Monday, September 7, 2009
Oma Touwtje (Inge & Herman)
Multiple Choise (Herman & Inge)
Monday, June 8, 2009
Belangeloos (Inge & Herman)
En toen was alles donker. Leek het. Na enige seconden raakte de patiënt gewend aan het donker en zag aan het voeteneind een paar ogen hem aanstaren. Althans, dat dacht hij. Hij wiebelde met z'n voet. En ja hoor, dat wat op zijn voeten zat knipperde met zijn ogen. Wat was dat? De patiënt zei 'Hallo?' Het wezentje aan z'n voeteneind ging weer rechtzitten en zei 'Dag'. ¶ 'Wie ben je?' vroeg de patiënt. 'Ik ben Hugo, een laaf', zei het wezentje. 'Een wat?' zei de patiënt. 'Een laaf. Een mythologisch wezen op het randje van de kitsch.' 'Op het randje,' herhaalde de patiënt, 'ik ook. Dat weet ik. Want ik heb een helder moment.' Op dat moment kwam de zuster weer binnen. Haar silhouet wierp een scherpe schaduw in het licht dat door de deuropening op de grond viel. 'Is er iets?' 'Nee hoor,' ¶ antwoordde de patiënt 'ik praat gewoon wat met Hugo.' Hugo? Wie is dat nu weer?' De patiënt wees, maar in het luchtledige. Hugo was verdwenen. Hij had zich verstopt achter het katheder dat naast de patiënt stond. Net naast hem bungelde een plastic slangetje waar rode vloeistof doorsijpelde. Nieuwsgierig als hij was kneep de laaf lichtjes in het slangetje. De vloeistof stokte. Hij liet weer los en de vloeistof stroomde weer door. Nogmaals kneep de laaf het slangetje dicht, dit keer langer. 'Uuuuuuh' zei de patiënt opeens, en begon heel snel te ademen. De laaf liet even los en hield het ¶ slangetje weer dicht. 'Aaah' zei de patiënt en toen 'oooi!' en toen klonk er een luide hoge piep.
Was het de hartmonitor? Nee. Het was de pieper van de zuster. Ze werd dringend verzocht zich naar de Zuidvleugel te begeven, alwaar een andere patiënt de deur naar de binnentuin had gebarricadeerd met meubels uit de kantine. Haar gekrijs had al drie andere patiënten gewekt. Twee ervan stonden verdwaasd in de deuropening, de derde huilde in stilte onder zijn dekens. 'Ik kom eraan' zei de zuster.
INTERMEZZO: Consquences (by Anna, Vivien, Olivier, Mirjam & Herman)
met
that girl in the advert in the metro
at
the Festival de Cannes.
He said:
'Go jump in my car, it's better than a rolling bed'.
She said:
'I paid for me, you pay for you'.
The consequences were:
they left te place, give a hug to eah other, they're happy, walk with the cold weather and sleep with a lot of nice dreams.
Wednesday, May 6, 2009
Tommie Pino en Ieniemienie (Herman&Inge)
'Ja ik sta hier Pino, Het is wel zo beleefd als je me aankijkt als ik tegen je praat, vind je niet'. 'Sorry Tommie,' antwoordde Pino. 'Als ik een vogeltje zie... Het is iets dat sterker is dan ikzelf. Wat zei je ook alweer.' 'Ka goed. Het gaat erom dat we tot een consensus komen aangaande de herbestrating van Sesamstraat, we moeten als bewoners onderling tot een gezamenlijk besluit komen, kiezen we voor asfalt of stenen klinkers, of gaan we voor kinderkopjes...' 'Kinderkopjes?', eageerde Pino geschrokken, 'Wat morbide!'. ¶ 'Dat zijn keien Pino,' zuchtte Tommie. Domme domme Pino.
Tommie deed sinds enige tijd geen moeite meer zijn minachting voor Pino te verberegen. Het beest had een IQ van likmevestje en Tommie's carrière werd er flink door belemmerd. 'Keien, Pino,' herhaalde Tommie hatelijk. 'KEIEN', en toen, tot de regisseur 'Sorry hoor, ik kan zo niet werken. Dit is zó onprofessioneel. Zo'n vogel als rolmodel voor kinderen, dat is toch vragen om leeghoofdige pubers en incompetente jongvolwassenen? Moesten wij niet juist een voorbeeld zijn? ¶ We zouden debatten kunnen voeren over 'ontwapening' of 'homosexualiteit en de kerk', maar ik sta hier aan zo'n idiote vogel te vertellen wat een kei is', en hij sloeg z'n ogen ten hemel. Pina zei, 'Ah, keien', en de regisseur zei 'Cut!'.
'Pino, kun jij iets meer naar links gaan, je snavel bedekt Tommie's ogen. En dan moeten jullie hetzelfde gesprek nog eens voeren. OKé. En misschien moet Ieniemienie ook in beeld, waar is ze?'
Pino ging iets naar links en Tommie herhaalde de zin 'We moeten een consensus zien te bereiken', om uiteindelijk te besluiten dat 'consensus' moest worden vervangen door 'eensgezindheid'. 'Kiezen we voor asfalt, stenen klinkers of kinderkopjes.' 'Kinderkopjes?' antwoordde Pino wederom, 'wat morbide!'
De regisseur riep ondertussen Ieniemienie. ¶ Een antwoord bleef uit. Dan maar zonder har. 'Tommie en Pino, klaar?' Ze knikten. 'Oké. Camera loopt.'
Maar de scène verliep niet als gepland. Tommie was om te beginnen zijn openingszin vergeten en Pino had nog kauwgom in z'n bek. Toen Tommie improviseerde en tegen Pino zei 'Hey Kuttekop, zou je je niet eens nuttig maken en de peuken van de straat oprapen' kon Pino z'n snavel niet poenkrijgen omdat de kauwgom zo plakte. 'Nou? Hophophop.' schreeuwde Tommie en begon Pino een beetje te porren. Het porren werd stompen, en uiteindelijk duwde hij ¶ Pino om. 'Oplikken mag ook!' riep Tommie en liep het beeld uit, Pino in de goot achterlatend.
In het flikkerende neonlicht meende Pino een schattig klein vogeltje waar te nemen, dat naar hem toehipte, een pimpelmeesje, of een winterkoninkje misschien, Pino probeerde te glimlachen, maar dit deed te veel pijn. En ook was het geen leuk klein vogeltje die hem naderde, maar meneer Aart, die weinig begrip kon opbrengen voor het aanstellerige gedrag van de puber Pino. Pino Piña Colada.
Otje & Harry (Inge&Herman)
Hij zag er oud uit en had veel rimpels rondom zijn ogen. Het baarde Otje zorgen. 'Harry,' zei hij, 'je hebt een vermoeide huid. Gebruik je wel crème?' Harry schrok van de vraag. Hij wist dat hij zijn huid jarenlang had verwaarloosd, maar dacht dat z'n prachtige vacht de aandacht van de droge huid rondom zijn kraaloogjes wel zou afleiden. Dat was dus niet zo. Maar niet alleen dat trof Harry. Plots vroeg hij zich af of zijn psychische façade ook zou zijn aange- ¶ tast, en Otje niet langer verblindt zou zijn door zijn hartelijke glimlach, maar zijn daaronder liggende kille persoonlijkheid in alle afzichtelijkheid zou zien liggen.
'Schijn en wezen,' mompelde het konijn. 'Harry is een handelaar, zijn interesseveld is voornamelijk cashen, winst maken, zijn zogenaamde interesse in beeldende kunst is niet meer dan een façade, die moet verhullen wat een leeghoofd hij in werkelijk- ¶ heid is,' 'Wat denk je?' vroeg Harry.
Otje wilde wat zeggen, en zijn mond openende om te spreken, besefte hij plots dat het een val was. Harry probeerde door te dringen in Otje's zie!. Om dan alles kapot te maken! Ja, plots doorzag Otje Harry's snode plannen, en in een flits begreep hij wat hem te doen stond. 'Harry,' zei Otje nu rustig. 'Ik kan ¶ jou maken of breken. Ik weet dingen van jou, die jij liever geheim houdt. Weet je waar ik het over heb?' en Otje wierp Harry een veelbetekenende blik toe.
Harry begon te bibberen. 'Je bedoelt toch niet...' 'Ja,' antwoordde Otje, 'dat heb je heel goed geraden. Je kunt wel de kunstsnob uithangen, ik ken je op een heel andere manier... remember.'
Harry bevroor, zijn blik gefixeerd op het schilderij aan de muur, zijn poten voor zich uitgestrekt, als een slaapwandelaar maar bewegingloos. Otje kon een kleine giechel niet onderdrukken, maar Harry hoorde niets meer. Volledig versteend, net als zijn hart dat gestopt was met kloppen, vereeuwigd in carnavalspose, klaar voor ¶ een polonaise. Nee, met hoge cultuur had dit weinig te maken.
Otje voelde iets opborrelen. Het was een hysterische lach. Die hij niet kon onderdrukken. Die lach kwam namelijk van heel diep: alle leed dat hem in zijn korte konijneleventje was toegeworpen, alle momenten van wanhoop, alle onderdrukte aggressie, alle vernederingen die zijn ouders hem hadden aangedaan, zijn impotentie, z'n hazetanden, z'n gebrekkige dictie, de stress die hij voelde ¶ in alledaagse contacten, zijn continuë faalangst; in die langgerekte krijs toonde Otje zijn ziel aan de buitenwereld, waaronder ook Harry.
Maar Harry nam Otje's kreet bewegingloos waar. Zijn afgematte ogen staarden onafgebroken naar het schilderij, welks timbre en toest een bijzondere gevoelskwaliteit uitdruken, die -volgens Harry- slechts door enkelen ervaren kon worden, waaronder hijzelf. Maar dat was nu verleden tijd. Otje naderde het schilderij en bekeek het signatuur van de maker; Rien Poortvliet, stond er.
Nogmaals verslaggeven (Inge&Herman)
'Laat het me uitleggen' begon de gast, en toen volgde er een storing van een half uur. 'Gelieve ons te verontschuldigen technische problemen' stond er later in beeld. Papa Beer stond op en stampvoette naar de keuken om een biertje te pakken. Mama Beer haakte aan een nieuwe bedsprei en de kinderen zaten stil op de bank, te wachten tot de storing voorbij zou gaan. Papa Beer plofte in zijn fauteuil met z'n biertje en mopperde wat als 'stomme televisie' toen het beeld weer terug kwam. ¶ De presentator stak z'n vinger in z'n neus, en draaide een bolletje van het snot dat hij daar vond. Hij at het op en staarde wat voor zich uit, tot hij het rode lampje van de camera gewaarwerd. Oeps!
Hij herstelde zich met de opmerking 'Wie is er nu vies van zijn eigen lichaamssappen?'. Een uitspraak die hij eens uit de mond van een Belgische professor had vernomen, en hem uitermate waar leek. Hij vervolgde 'daar zijn we weer. Wensen en werkelijkheid. Gewenste werkelijkheid. Mag ik u iets vragen mevrouw?' en weer hield hij de microfoon bij de mond van een willekeurige voorbijganger, een vrouw ditmaal. 'Wat wilt u echt en innig?' 'Pardon?' 'Gewoon, wat is uw wens'. 'Ik heb alles al, alhowel, nee, ik nog wel eens naar de maan, of nee, naar Jupiter, dat is toch die planeet met die ring, het zou mooi zijn als ik mijn man mee kon nemen, een tweede huwelijksreis.'
Verslaggeven (Herman&Inge)
Het was waar. Het enige waarover de presentator beschikte was een microfoon, maar die kon net zo goed aan iemand anders worden gegeven. En zo geschiedde: de microfoon werd aan een lantaarnpaal gebonden, en iedereen die hem (of haar) passeerde, mocht zeggen wat ie het liefst van al zou willen. Het was opmerkelijk hoe gelijkaardig de wensen van de men- ¶ sen waren. Saai bijna, totdat er een kleine, met mos beklede pigmee naar de lantaarnpaal kwam toegerend;
het was eigenlijk een laaf. Met z'n gigantische bovenlip opgekruld beet hij zich vast in de lantaarnpaal. Het licht viel daardoor uit, en de stroom sloeg over op de laaf die schokkend losliet en schuimbekkend aan zijn einde kwam. Een verslaggever ter plaatse keek het ademloos aan en zei uitendelijk 'Ja mensen, zo kwetsbaar kan een leven zijn.'
Op de achtergrond lag de narokende laaf.
3 dieren (Herman&Inge)
Dat is niet goed voor mijn bloedsuikerspiegel. Wel jammer, want ik vind niets zo leuk als lekker dornken worden, en dronken door de wei wandelen. Nou ja. Het is mijn lot om de wereld nuchter te aanschouwen. Eigenlijk ben ik een heilige. Een soort Jezus-figuur!' En terwijl het schaap voortpraatte liepen de kikker en de kip met een sixpack naar de rand van de rivier. De kip had het over kleuren die boven het water zweefden. De kikker plonste het water in en zei de kip hetzelfde te doen, maar de kip vond het eng in het donker in het water, ze bleef ¶ liever aan de oever. Zag de kikker het ook? Die turquoise vlek, met de oranje weerschijn? vroeg de kip.
De kikker zuchtte. Om de haverklap had de kip weer een visioen, ze was toch geen Thereresias? 'Houd toch op man!' zei de kikker, je hebt geen eens ogen, er is geen turquoise vlek, ga toch touwtje springen'. Maar het schaap zei 'Nee kijk, er is wel een vlek daar,' en hij wees met zijn vijfde poot naar het oosten. En jandorie, sodejuu, verhip nog an toe, het was waar. Op kleine afstand hing een turquoise vlek in het luchtledige. De dieren liepen er naar to. Nieuwsgierig snuffelend zoals dieren vaak doen. Daar schrok de vlek van en hij ¶ trok zich terug achter een boom. 'Huh?' zei de kip, 'Waar issie nu?' 'Achte de boom', zei het schaap. 'Erop af!' zei de kikker. De vlek maakte zich zo klein mogelijk.
'Daar!' Het schaap rende op de vlek af, maar één van zijn voorpoten zette zich vast in een molshoop, waardoor hij over de kop kantellde en met zijn achterste tegen de vlek aan landde, die zich nu aan het schaap had vastgezogen, turquoisekleurig op het schaap zijn achterste.
De vlek leek licht te geven, gefosforiseerd te zijn, Kip's fantasie sloeg ervan op hol. Ondertussen verzamelden zich boven de rivier veel meer kleuren, fel oranje omzoomd door mintgroen, en lichtgeel met knalrood, en donkerroze met kobaltblauw. Het had iets engs en ¶ fascinerends tegelijk. De kikker trok zich terug onder het wateroppervlak, alleen zijn ogen staken er nog boven uit. Het schaap keek verdwaasd naar de lichtgevende turquoise vlek op zijn achterste.
De kip was afgeleid door een passerende, uiterst voorkomende windhaan. 'G'dag m'neer,' zei de kip. 'Dag lekker kippie,' zei de windhaan en draaide met de wind mee iets noordoostelijk en vervolgde zijn weg. De kip liep achter hem aan het verhaal uit.
'Tijd voor kikkerdril!' riep de kikker enthousiast van onder de waterspiegel, maar dat hoorde het schaap natuurlijk niet. Af en toe struikelend over zijn vijfde poot liep hij terug ¶ naar de wei en graasde tot de zon onder ging. Toen ging hij slapen en liep ook zijn rol in dit verhaal ten einde. De kikker
sprong als een gifgroene vlek uit de vijver tevoorschijn tot schrik van de kip, wiens poten poten spontaan donkerroze kleuren, met gele accenten, bijna een paisley-motief.
Aurore (Herman&Inge)
Aurore weigerde echter een negatieve betekenis aan dit feit toe te kennen, ook in situaties waarin dit realistischer en meer gepast zou zijn, en dus sprak AUrore niet van een einde, maar van een nieuwe begin, terwijl er drie sterren tegelijk naar beneden vielen, wenste ze respectievelijk: een gouden lot in de loterij, een paard en een supersonische computer die uitvoerde wat tegen hem werd gezegd, of nee, een nieuwe garderobe vol Armani's. ¶ Aurore's wensen werden niet verhoord.
Aurore's wensen waren soms ook wel wat wat extravagant, zo wilde ze als kind een roze pony en een winterkasteel, als puber een Rolls Royce met gouden wielen en kangoeroebonten fauteuils, als student wilde ze alleen privé-docenten met wie ze sex mocht hebben wanneer ze wilde, als dertiger wilde ze een eigen eiland waarbij de oorsrponkelijke bewoners haar bediening moest zijn, en de lijst ging door. Geen wonder dus dat ook deze keer Aurore's wensen niet ¶ in vervulling gingen. Aurore besloot Stephen Hawking te bellen, die had naas kennis van zaken ook invloedrijke contacten. 'Hawking.' zei de stem aan de andere kant van de lijn. 'Dag Stephen, Aurore hier.'
'Hey, what's up?' 'Nou kijk, het zit zo. Als een ster valt, dat heeft toch iets met de dampkring te maken.' 'Jaja, heel interessant allemaal' antwoordde Hawkings, 'ik heb geen tijd voor geintjes!' en hij haakte in. 'Arrogante kwal', dacht Aurore. 'Maar goed... ik begrijp ¶ het ook wel, want het hond even wandelt van als het ook anders in de weg verkeren'... Want niet alleen het heelal viel uiteen, ook Aurore's eigen gedachten raakten kant noch wal.
Het enige dat ze uitstootte was geraaskal, over het "bittere einde" en "impolosie van het vissentijdperk" en toen ze daarmee ophield, hield ze ook met alles op behalve ademen. Na 6 dagen stierf ze van de uitdroging, alleen in een 3-kamerappartement op de bovenste etage, waar ze langzaam wegrotte tot de buren na 2 weken de deur intrapten want het stonk zo op de gang. De holle uitgevreten ogen van Aurore staarden de buren tegemoet als twee parallele zwarte gaten, dat het ook waren. Het was haar kosmische zonnebril.
Tuesday, May 5, 2009
INTERMEZZO: Consquences 5/5 (by Anna, Vivien, Olivier, Mirjam & Herman)
INTERMEZZO: Consquences 4/5 (by Anna, Vivien, Olivier, Mirjam & Herman)
INTERMEZZO: Consquences 3/5 (by Anna, Vivien, Olivier, Mirjam & Herman)
INTERMEZZO: Consquences 2/5 (by Anna, Vivien, Olivier, Mirjam & Herman)
INTERMEZZO: Consquences 1/5 (by Anna, Vivien, Olivier, Mirjam & Herman)
~THE END~
Monday, February 16, 2009
Meerstemmigheid (door Inge & Herman)
Het sprekende meer (door Herman & Inge)
America's funniest.dog (door Inge & Herman)
'Oeps. Dat vind ie niet zo fijn', zei X. En terwijl hij dit zei zette de hond zijn sterke witte tanden in het been van de jongen, die hysterisch begon te krijsen, wat de hond alleen maar nog agressiever maakte. De anderen -nog niet helemaal moreel gerijpt- stonden er als domme ganzen bij te ¶ lachen. 'Au!' krijste X, 'haal die klotehond van me af!' Ondertussen werd er op de achtergrond hard gebouwd aan het nieuwe VN-hoofdkwartier, een imposant gebouw met 5 hangende, kruisende dwarsbruggen die 10 torens met elkaar moesten verbinden. Een nieuw ontwerp van de inmiddels dementerende coryfee Rem Koolhaas, die was ingezet om het moderne, vooruitstrevende imago dat de VN van zich wenste, kracht bij te zetten. Ongelukkigerwijze ¶ leek het ontwerp meer op een labyrint dan op een gestroomlijnd netwerk, zó onwillekeurig de stand van zaken binnen de VN uitdrukkend. Oók leek het op Victory Boogie Woogie. En op een verkeerd geknoopt bloesje, waarbij je je verbaasd afvraagt waar het knoopje is dat bij het gaatje hoort, om vervolgens te ontdekken dat de onderkant van je bloes geen rechte lijn vormt, en je weer van voor af aan kan beginnen, terwijl je al aan de late kant was. Het was -kortom- een waardeloos ontwerp.
Monday, May 26, 2008
De Dood en het Meisje, door Herman & Inge
'Parbleu,' zei het meisje, 'wie zijt gij?'. 'De dood,' sprak het wezen.
'Hm. Dat is de eerste keer dat ik U van zo nabij ontmoet. Tot zover was u slechts een concept, en van concepten houd ik niet zo, vooral niet in de kunst, maar nu zie ik u daadwerkelijk: u bent een bordeauxrode naar zwart neigende antropomorfe gestalte met twee gloeiende kooltjes als ogen. Als u achter een gordijn zou staan, zou het rode licht in uw ogen dwars door de stof heen waarneembaar zijn. U ruikt niet -zoals ik verwachtte- naar zwavel, maar naar vruchtbare aarde, wanneer het geregend heeft. Het enige dat mij weerhoudt om mij in uw uitnodigend uitgespreide armen te vleien is de koude die u uitstraalt. Laten we onze conversatie dan ook vooral beperken tot een intellectuele uitwisseling van ideeën. ¶
Vertel mij allereerst eens -wanneer het U belieft- waaraan ik de eer van uw bezoek te danken heb.' De dood nam plaats in de zetel.
'Welnu,' verzuchtte hij. 'Wil je de werkelijke verklaring met alle gruwelijke details en opzienbarende feiten, of de romantische, ook schokkende maar zoveel meer draaglijke verklaring?'
'Oh, doe de feitelijke maar,' zei het meisje.
De dood zuchtte nogmaals. 'Welnu,' begon hij.
'Oh nee, toch maar de romantische,' zei het meisje.
'Goed dan,' sprak de dood.
'Oh, of toch de feiten?' vroeg het meisje. De dood keek haar indringend aan.
'Feit of fictie?' zei het meisje, 'ik weet het gewoon niet. Er is voor allebei wel iets te zeggen, kijk, ik wil best weten wat waar is, maar ik ben ook heel vatbaar voor schoonheid moet je weten, ik ben tenslotte een meisje, en tja, die keuze valt me gewoon heel zwaar. Wat zou jij doen als je mij ¶
was? Wetenschap of kunst hè, dat is net zoiets, ik blijf daar maar tegenaan lopen...'.
De dood hief half wanhopig, half verveeld de ogen naar boven.
'Veel hedendaagse kunst,' vervolgde het meisje, 'blijft namelijk steken in een thematische opsomming, waaraan alle esthetische kwaliteiten ondergeschikt zijn gemaakt. Die eenduidigheid is dodelijk voor de verwondering. Trouwens, niet alleen in de kunst, maar bij eender welke waarneming wordt de hedendaagse mens gedreven door een verlangen naar definiëring, een dier bijvoorbeeld, mensen willen meteen weten welk dier ze voor zich hebben, in plaats van de eigenheid van ¶
bijvoorbeeld zijn bewegingen waar te nemen. Overigens...' Hier onderbrak de dood het meisje.
'Mijn waarde, hoe overtuigend ik je betoog ook vind, en hoe spijtig het ook is voor de mensen thuis, ik kom je toch halen. Maar, omdat ik je wel een sympathiek hart toedraag, geef ik je de keuze hoé te sterven.'
'Ik was nog niet klaar!' zei het meisje.
'Ok dan,' zei de dood.
'Ja, nu ben ik dus mijn punt vergeten. Bedankt.' zei het meisje, en trok haar beledigde-leverworst-gezicht.
'Ook goed,' zei de dood. 'Welaan dan, ik ben nu ook de drie opties vergeten. Dan maar op de klassieke wijze...' ¶
en de dood zwaaide wat met zijn zeis.
Zijn bewegingen hadden een bijzondere esthetische kwaliteit die het meisje wilde vastleggen. Maar helaas had ze haar camera aan een vriendin uitgeleend. 'Misschien met m'n fototoestel dan, met een lange sluitertijd,' dacht het meisje. Maar ze wilde de kamer niet verlaten, in de tijd dat ze haar fototoestel zou gaan halen zou de dood er weleens tussenuit kunnen knijpen. Dat risico wilde ze niet nemen. Dus keek ze aandachtig naar zijn bewegingen, om ze later, op een of andere manier, vanuit haar herinnering, opnieuw te kunnen vormgeven. Maar toen doofden de kooltjes in de dood zijn ogen en werd de kamer volledig duister.











